010 476 4107

Mevlanaplein 1, 3022 EP Rotterdam

triangle

Over ons

Moskee & Informatie

Voorgeschiedenis

In de jaren '60 konden de Turkse moslims, die naar Europa en in het bijzonder naar Nederland kwamen, meteen werk vinden. Zij waren hier dan ook gekomen met het doel geld te verdienen. Dit lukte aardig, maar in hun thuisland bestond er toch een voorziening die zij hier niet konden vinden. In hun eigen land hoorden zij vijf keer per dag de oproep tot gebed, een geluid dat zij al vanaf hun geboorte kenden. Zij hadden daar de mogelijkheid naar de moskee te gaan wanneer ze daar behoefte aan hadden of wanneer de noodzaak daartoe bestond. Dit is één van de plichten van het geloof maar ook zeker een recht. Op zijn minst werden vrijdaggebed en de preek van de Imam bijgewoond. Vanaf 1966 nam het aantal Turkse werknemers toe en begon men toch naar de mogelijkheden te zoeken om tegemoet te komen aan de behoeften van de Turkse gemeenschap. De eerste stap was het huren van zalen voor de religieuze dienst. De godsdienstoefeningen werden geleid door mensen die enige ervaring hadden in de geloofsleer. Voor de vrijdag gebeden werd nog niet ondernomen, dit kwam voornamelijk door het feit dat iedereen tijdens het vrijdaggebed aan het werk was.

Aan het eind van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 werden er door het Directoraat Religieuze Zaken in Turkije Imams naar Nederland gestuurd om dienst te doen bij het Turkse consulaat in Rotterdam. Zij probeerden ons te helpen, maar ondanks hun goede bedoelingen was dit niet voldoende. Mede door hun adviezen over eventuele mogelijkheden met betrekking tot het realiseren van een eigen gebedsruimte begon de vraag hiernaar steeds groter te worden. In  eerste instantie kwamen een paar mensen die dezelfde gedachten hierover hadden bij elkaar om te discussiëren over dit onderwerp. Later leidden deze discussies tot ideeën. Uiteindelijk werd het idee om een vereniging op te richten in 1970 door iedereen aanvaard. Hierna kwam deze groep mensen weer bij elkaar om te praten over hoe deze vereniging op te richten. Aangezien er maar weinig mensen waren die de Nederlandse taal beheersten was de te bewandelen weg een moeilijke. Deze moeilijke weg werd iets gemakkelijker doordat de heer Abdulvahid, een Nederlandse moslim die in Turkije had gestudeerd, zij hulp aanbod.